Opendeur 25 november 14u - 18u

Biologische Wijn

Biologische wijn begint bij de kwaliteitsdruiven die biologisch geteeld zijn, dus zonder gebruik van chemische pesticiden of kunstmest. De biologische druiven groeien uit een natuurlijk vruchtbare bodem die zorgt voor een sterke plant. Ook de vinificatie, het proces van sap tot wijn, gebeurt met de grootste zorg: chemische smaak-, geur- of kleurstoffen zijn volledig uit den boze. De wettelijke toegestane toevoeging van sulfiet is veel beperkter dan in gangbare wijnen - sommige bio-wijnen bevatten zelfs helemaal geen toegevoegde sulfiet.

Het telen van de druiven

Wijn maken start met druiven telen. Wijnstokken telen vergt behoorlijk wat vakkennis en energie: de wijnstokken moeten stuk voor stuk en meer dan eens gesnoeid worden, de bladeren uitgedund, de ‘dieven’ verwijderd... (druivendieven zijn scheutjes die in de oksels van de bladeren groeien. Ze halen kostbare energie uit de plant).

In de biologische druiventeelt zijn dezelfde grote principes geldig als voor elke biologische landbouwproductie: geen kunstmest, en geen chemische gewasbescherming (insecticiden, fungiciden, herbiciden). In bio zijn geen genetisch gemanipuleerde teelten toegelaten. Hulpstoffen, additieven of enzymen mogen evenmin genetisch gemanipuleerd zijn.

De biologische teler kiest meer voor robuuste rassen en draagt extra zorg voor de bodem en het bodemleven. Onkruid wordt mechanisch of eventueel thermisch bestreden maar niet chemisch. Of de bio-teler maakt gebruik van biologische bestrijding, en zet bijvoorbeeld natuurlijke vijanden in om een insectenplaag te bestrijden.