Opendeur 25 november 14u - 18u

Hoe wordt wijn gemaakt?

Het produceren van de wijn of de vinificatie verschilt enigszins van regio tot regio en afhankelijk van de wijn die je wil maken: wit, rood of rosé. De grote lijnen zijn gelijk voor biologische en gangbare wijnen. De additieven en hulpstoffen die toegelaten zijn bij dit proces verschillen echter wel.

Alles start bij de druivenpluk. Dat gebeurt handmatig of machinaal, en erg of weinig kieskeurig. Eventueel wordt de oogst gekeurd en gezuiverd van onrijpe of rotte druiven, bladeren, takjes. De druiven worden gekneusd en geperst; een zekere dosis sulfiet (of zwaveldioxide) wordt toegevoegd. (meer info: zie verder)Het sap (de most) wordt opgeslagen in tanks. Daar wordt de vergisting van het sap in gang gezet, ofwel door de gistcellen die van nature aanwezig zijn op de druivenschillen, ofwel door toevoeging van een aangekochte gistcultuur (‘industriegist’). Als een gistcultuur wordt gebruikt, worden de natuurlijke gistcellen eerst vernietigd door toevoeging van zwavel. Door de vergisting worden de suikers in het sap omgezet in alcohol. Wanneer het sap van nature weinig suikers bevat, kan de wijnbouwer suikers toevoegen (chaptaliseren). Omgekeerd kan een wijnbouwer het sap ook minder zoet maken. Beide processen zijn toegestaan binnen bepaalde grenzen die variëren naargelang de geografische zones. Na enkele weken is het proces van vergisting afgerond.Voor het bottelen wordt de wijn geklaard: eventuele zwevende deeltjes worden verwijderd. Hiervoor kunnen dierlijke stoffen gebruikt worden, zoals vislijm, gelatine, melkeiwit of eiwit van een kippenei. Daarna wordt de wijn gestabiliseerd. Afhankelijk van de regio gebeurt het bottelen snel na de vergisting of pas vlak voor de volgende oogst.