Opendeur 25 november 14u - 18u

Welke natuurlijke bestrijdingsmiddelen kan een biowijnboer inzetten?

Wijnstokken houden van droogte en warmte. Vocht en regen in de lente zorgen voor schimmels als meeldauw of valse meeldauw en andere ziektes die de wijnstok aantasten. Traditionele druivenrassen als Pinot Noir en Chardonnay zijn vrij gevoelig voor schimmels. Er bestaan wel schimmelresistente druivenrassen, maar die hebben niet zo’n grote faam.

In de biologische wijnbouw geldt er een verbod op chemisch-synthetische gewasbescherming (insecticiden, fungiciden, herbiciden). Dat maakt dat er in biologische wijnen veel minder vaak pesticideresidu’s worden teruggevonden en in veel lagere dosissen.

Een druiventeler zal waar mogelijk kiezen voor meer robuuste rassen die van zichzelf resistent zijn tegen schimmels, bijvoorbeeld Reberger, Regent of Johanniter. Grote wijnhuizen houden echter vast aan hun gerenommeerde druivenrassen.

Pas in laatste instantie zal een biologische wijnboer naar gewasbescherming grijpen. Wanneer een biowijngaard kampt met schimmel dan zijn - in België - volgende stoffen toegelaten:

- Bordeauxse pap (koper) voor een max van 6 kg/ha/jaar, niet preventief. Koper is niet onbesproken en houdt een zeker risico in voor het bodemleven. De biosector zoekt dan ook naarstig naar alternatieven hiervoor. (Koper is ook in gangbare wijnbouw toegelaten.)

- Zwavel kan een druiventeler met mate gebruiken want er staan strengere limieten in bio op de hoeveelheid sulfiet in het eindproduct (de wijn) dan in gangbare. Zwavel die gebruikt wordt tijdens de teelt kan oorzaak zijn van een hoeveelheid sulfiet in het eindproduct.

Wanneer een biowijnbouwer kampt met insecten, dan kan hij gebruik maken van:

- spinosad, het product van een verteringsproces van bodembacteriën dat giftig is voor insecten.

- feromonen, geurstoffen die schadelijke insecten letterlijk in de val lokken. Deze stoffen worden niet op de wijnstokken verstoven maar enkel in vallen gebruikt.

- pyrethrines, een extract afkomstig van chrysanten

- micro-organismen (geen ggo’s)

- paraffine

Ook zet de biowijnbouwer natuurlijke vijanden in om vogelvraat tegen te gaan, nl. roofvogels met hoge nestkasten.

N.B. Afhankelijk van land tot land kunnen bijkomende middelen toegelaten zijn voor de biologische druiventeelt. In België is de lijst is héél beperkt. In Frankrijk zijn iets meer middelen mogelijk, bv. plantaardige oliën. Overigens geldt steeds dat de biologische teler een actieve stof pas mag gebruiken als die ook voor gangbare boeren toegelaten is. Alles wat de bio-boer mag gebruiken, mag de gangbare boer ook gebruiken.

Om schimmels tegen te gaan gebruikt de gangbare druiventeelt behoorlijk wat chemische gewasbescherming ter bestrijding van ziektes, insecten en onkruid.

Gangbaar wordt ook volop geëxperimenteerd met genetisch gemanipuleerde druivenrassen: in Chili bracht men de genen van een schimmel in om grijsrot en meeldauw tegen te gaan. Italiaanse en Koreaanse wetenschappers experimenteren met de CRISP/CA-techniek om Chardonnay-druiven schimmelresistent te maken. Voorlopig zijn deze druivenrassen nog niet toegelaten en dus ook niet gecommercialiseerd.

Chemische pesticiden hebben ook een kwalijke invloed op het milieu: ze komen in de bodem en het grondwater terecht en verstoren het ecosysteem. Bovendien veroorzaken ze een grote kost voor het zuiveren van drinkwater.

Ggo-technieken worden wel al ingezet om wijn te maken, niet (zoals wel eens beweerd wordt) voor de gistculturen maar voor de enzymen. Enzymen zijn eiwitten die chemische processen beïnvloeden. Voor het klaren van de wijn kunnen dus door ggo’s geproduceerde enzymen ingezet worden.